Hoe verwerkt je kind de dood?
Stel: iemand overlijdt in je naaste omgeving. Tuurlijk, je kinderen weten wel wat ‘dood’ is, maar kunnen ze er ook mee omgaan? En jijzelf? Weet jij eigenlijk wel hoe het in zijn werk gaat: rouwen?De dood... Het blijft een onderwerp waar je niet iedere dag over praat. Niet alleen omdat er niet elke dag aanleiding voor is (gelukkig maar), maar ook omdat het toch nog een beetje in de taboesfeer zit. Het is zo’n zwaar beladen onderwerp: verdriet, pijn, (onverwerkte) emoties... Dat bespreek je niet eventjes tijdens een kopje koffie. Omdat het niet bij ons dagelijks leven hoort, weten we eigenlijk weinig af van de dood en van rouwverwerking. We volgen vaak de rituelen zoals we die van huis uit hebben meegekregen. Maar sta jij regelmatig stil bij de periode na een begrafenis of crematie? Hoe deed die vriendin dat, die haar broer verloor? Hoe ging die moeder verder, wiens zoontje – dat bij jouw kind in de klas zat - is overleden? Maar ook: hoe verwerkt je kind de dood? Hoelang moet of mag je er nog naar vragen? En is het veiliger om er niet meer naar te vragen als de ander niet aangeeft dat te willen?
Verwerken is tot rust komen
Even terug. Want om hier antwoord op te kunnen geven, moet je eerst weten wat rouwverwerking nu eigenlijk precies is. Volgens de Zwitsers psychiater Elisabeth Kübler-Ross betekent het ‘de manier waarop iemand na een ingrijpende verdrietige ervaring weer tot rust probeert te komen’. Zij omschreef vijf fasen die je doorloopt om dat voor elkaar te krijgen: ontkenning, protest (of boosheid), vechten, verdriet en aanvaarding. Dit is niet dé standaard voor iedereen, maar het is wellicht handig om te weten dat mensen die iemand verliezen door bepaalde fases heengaan. Stel: de buurvrouw overlijdt. Natuurlijk heeft de buurman verdriet, maar dat zie je niet echt aan hem. Er komt zoveel op hem af, door al het geregel wordt hij geleefd. Pas na die eerste hectische dagen en na de begrafenis hoor je hem af en toe eens schreeuwen en huilen. Hij lijkt vaak boos. Je wilt hem wel helpen, maar je weet niet hoe. Moeilijk hoor! De waarom-vraag, de schuld-vraag... Ze zijn voor een buitenstaander vaak moeilijk te begrijpen. Niks zinnigs schiet je te binnen. Maar wat is zinnig op zo’n moment?Soms zie je nabestaanden veranderen. Bijvoorbeeld dat ze gaan leven alsof iedere dag de laatste kan zijn. En dan heb je natuurlijk nog het ‘kale verdriet’. Je wilt iemand graag weer zien lachen, maar je kunt het verdriet niet zomaar ‘overslaan’ en negeren. Mensen kunnen – onverwacht – gaan huilen, (of huilen juist niet), zich machteloos voelen of zich afsluiten voor contact.
Hulp op een afstandje
Panklare oplossingen voor rouw zijn er niet. Maar met de volgende tips kun je iemand zo goed mogelijk helpen tijdens zijn of haar rouwproces, of dat nu je buurman is, je beste vriendin is of een moeder op het schoolplein:- Laat de rouwende zijn/haar gevoel uiten, ook boosheid en woede.
- Maar dwing ze niet tot gevoelens uiten waar ze nog niet klaar voor zijn.
- Breng eens een bezoekje. Hoe moeilijk het ook kan zijn, vermijd zeker geen contact.
- Geef de persoon de ruimte om het verlies te verwerken. Hulp is goed, maar overdrijf het ook niet.
- Help mee in de huishouding. Kook eens een maaltijd of help mee met schoonmaken. Concrete hulp werkt vaak goed.
- Aanwezigheid is voldoende. Wees ook niet bang om iets verkeerds te doen of te zeggen. Het is beter om er te zijn en daarbij iets ‘verkeerds’ te zeggen dan uit angst of onzekerheid op afstand te blijven.
- Adviseer, betuttel en veroordeel niet. Probeer meer te luisteren dan te praten. En heb geduld. Veel mensen met verdriet hebben hier meer behoefte aan.
- Neem het initiatief om afspraken te maken en dingen te ondernemen.
- Laat de aandacht niet verslappen. Ook niet als het met die persoon beter gaat.
Na verloop van tijd volgt uiteindelijk de ‘aanvaarding’. Het verdriet is niet minder, maar er is weer ruimte om plannen te maken en contacten te leggen. Hoe lang dat duurt, kun je met je eigen voelsprieten alleen maar aanvoelen.
Je kind en rouw
Vroeger werden kinderen veel vaker geconfronteerd met de dood. In grote gezinnen overleed naar verhouding veel vaker een zusje of broertje. Er werd echter veel minder of helemaal niet over gepraat. Kindersterfte is anno 2012 veel lager, waardoor de bom extra kan inslaan als je kind plotseling met de dood wordt geconfronteerd. Vaak is een oma of opa die overlijdt de eerste kennismaking met rouw.Vroeger dacht men dat kinderen niet rouwden na een verlies. Daar is men inmiddels wel op teruggekomen. ‘Kinderen rouwen wel degelijk’, zo meent Nellian Dijkema. Zij verzorgt, samen met Anna Poppink, uitvaarten. Ook geven ze voorlichting over verschillende aspecten rond de dood in en rond Thesinge, Groningen. ‘Kinderen kijken hoe volwassenen omgaan met de dood en volgen dat voorbeeld. Als je als volwassenen laat zien dat de dood niet eng of beladen is en je kind bij het afscheid nemen betrekt, dan geef je ze een waardevolle ervaring voor de toekomst. Je leert ze hoe ze kunnen omgaan met verlies.’
Kom nou maar weer terug
Hoe een kind tegen de dood aankijkt, verschilt per leeftijd. Nellian: ‘Een kind van nul tot drie jaar heeft nog geen echt besef van de dood. Ze kunnen het niet in woorden zeggen. Spanningen die ze oppikken, uiten zich bijvoorbeeld in spugen, darmkrampen of diarree. Je helpt ze door ze een veilige omgeving te bieden, met aandacht, lijfelijk contact en structuur.’ Iets oudere kinderen, van vier tot zes jaar, snappen nog niet dat de dood definitief is. Opa moet nu maar weer eens terugkomen, vinden ze. Ook stellen ze praktische vragen (‘Kan opa nog horen wat ik zeg?’) en kunnen ze snel overgaan op de orde van de dag: ‘Ik ga nu weer verder spelen, hoor.’ Pas daarna komt het besef dat de dood gevolgen heeft voor henzelf. Verdriet en boosheid kunnen later nog komen. ‘Ook voor hen is het belangrijk dat ze zich veilig voelen bij jou. Dat ze vragen mogen stellen en hun verdriet mogen uiten’, zo meent Nellian. Een knuffel en wat extra aandacht kunnen ze wel gebruiken. Vanaf zes jaar begint het besef te komen dat je de dood niet terug kunt draaien. Reacties kunnen uiteenlopen: van foute conclusies (‘Krijg ik nu ook kanker, nu ik oma heb aangeraakt?’) tot nuchtere vragen stellen (‘Wordt de ring die ze draagt ook verbrand?’). Angst ligt op de loer als ze beseffen dat mensen van wie ze houden ook dood kunnen gaan. ‘Wees er bedacht op dat zij een stap terug kunnen doen in hun ontwikkeling. Dat ze zich bijvoorbeeld gaan gedragen als kleuter: compleet met vastklampen en niet willen dat je weggaat.’ Besef dat kinderen vanaf een jaar of negen vragen gaan stellen. Ze proberen zelf om te gaan met hun verdriet omdat ze niet meer kinderachtig willen zijn. ‘Maar verdriet heeft toch een uitweg nodig’, aldus Nellian, ‘en dat uit zich vaak in lastig en opstandig gedrag. Kinderen help je altijd door ze in die periode extra aandacht en toch ook troost te geven.’Praktische handvatten
- Vertel kinderen wat er is gebeurd, ook al is dit - bijvoorbeeld bij zelfmoord – heel naar. Fantaseren over wat er gebeurd is, is vaak erger dan de werkelijkheid.
- Gebruik daarbij duidelijke, begrijpelijke taal. Zeg: ‘opa is dood’ en niet: ‘opa slaapt voor altijd’. Je kind zou bang kunnen worden om te gaan slapen. Want wat als ie niet meer wakker wordt?
- Leg evt. uit wat dood zijn betekent. Als in: Wieke’s tante ademt nu niet meer, haar hart klopt niet meer, ze wordt koud en zegt niks meer terug als je wat vraagt.
- De vraag ‘De buurvrouw is dood, maar waar is ze nu dan?’ kun je beantwoorden met een vraag: waar denk jij dat ze nu is? Dit is een goed moment om bijvoorbeeld je geloofsovertuiging met een kind te delen. Of juist om te vertellen hoe anderen hiermee omgaan. Bijvoorbeeld: ´Sommige mensen geloven dat je in de hemel komt. Anderen geloven dat je een nieuw lichaam krijgt en opnieuw wordt geboren.’ Zeg het ook gewoon eerlijk als je het niet weet.
- Laat kinderen gerust naar een dode kijken, mits ze dat zelf willen natuurlijk. Vertel hierbij wel wat ze kunnen verwachten. Ligt opa in bed, of een kist? Ziet hij er anders uit dan anders? Bleek? Zo voorkom je fantaseren over hoe een dood iemand eruit ziet. Als je kind het niet eng vindt, kun je ze best laten voelen dat een hart niet meer klopt of dat iemand koud aanvoelt.
- Je kunt ook voorstellen om samen iets voor de gestorvene te maken.
- Het kan voor kinderen, die een naaste hebben verloren, fijn zijn om speciaal voor hen mensen uit te nodigen: vriendjes, vriendinnetjes, meesters en juffen en/of ouders van vriendjes.
Hoeveel tips je ook in praktijk brengt: rouwen blijft moeilijk. Er bestaat geen draaiboek of recept, iedereen doet het op zijn manier en eigenlijk is dat wel goed. Maak je de dood van dichtbij mee: volg je gevoel. Vraag je af: ‘Wat zou ik fijn vinden?’ en handel daarnaar. Dan kun je gewoonweg niet zoveel fout doen.
Meer info? www.nellianenanna.nl
Hoe doen zij het?
Andere culturen en religies hebben vaak een andere manier van rouwverwerking. Niet alleen interessant om te weten, maar wellicht ook goed als bijvoorbeeld dichtbij iemand van een andere cultuur of geloof overlijdt.
Joden: In de kist van de dode - die binnen 36 uur wordt begraven - gaat aarde uit Israel mee, vaak zijn er geen bloemen. De stoet stopt drie keer om te laten zien dat er geen haast is. Als de kist in het graf is gezonken, maakt iedereen een scheur in zijn kleren als teken van rouw. Hierna volgen zeven dagen van rouw: het sjiwwe zitten. Nabestaanden blijven thuis, de mannen scheren zich niet en ze worden verzorgd door anderen, die bijvoorbeeld eten komen brengen.
Hindoestanen: Hindoestanen worden altijd gecremeerd: de snelste manier om terug te keren tot de bron.Naast verdriet is er ook vreugde, want de crematie betekent dat de ziel is bevrijd. Er worden mantra’s en gebeden opgezegd, wierook gebrand en rijstballetjes geofferd. De kist is open en mensen gooien er bloemen of blaadjes in. De zonen (waarvan de oudste is kaalgeschoren) staan aan het hoofdeinde. Alleen mannelijke familieleden gaan mee naar de verbrandingsoven. Na dertien dagen eindigt de eerste rouw met een plechtigheid.
Surinaamse creolen: Zij voeren reinigings- en zuiveringsrituelen uit en de dode wordt gebalsemd. Er wordt gezongen, gedanst en gebeden. Na drie dagen komt iedereen bij elkaar voor het zogenaamde rouwbeklag, en weer wordt er gedanst, gezongen, gegeten en gebeden. Na de begrafenis is er weer rouwbeklag en na veertig dagen opnieuw. Bij deze ‘banjapree’ is het feest, omdat de rouwperiode is afgesloten. Men gelooft dat de dode niet voorgoed verdwijnt, maar dat zijn ziel in een andere vorm voortleeft.
Moslims: Moslims hebben veel rituelen; reinheid is een van de belangrijkste. Mannen worden door mannen, vrouwen door vrouwen gewassen. Moslims worden vaak in het land van herkomst begraven of op een islamitische begraafplaats in Nederland. Dat gebeurt in een linnen doek, vaak zonder kist, op de rechterzij, met het gezicht naar het zuidoosten, richting Mekka. Dat moet binnen 24 uur gebeuren. Na de begrafenis volgt een rouwperiode van veertig dagen die wordt afgesloten met een feest.
Christelijke godsdienst: Bij katholieken neemt men afscheid in een mis waarbij wijwater en wierook een belangrijke rol spelen. De avond voor de uitvaart houdt men meestal een avondwake. Tijdens de dienst wordt een gedachtenisprentje uitgedeeld met een afscheidstekst. Bloemen zijn meestal in overdaad aanwezig. Bij protestanten gaat dit er soberder aan toe en traditioneel horen er ook geen bloemen bij. Maar dit is aan het veranderen.
Zoeken
Nieuwsbrief
Ontvang de laatste Mail & Win en leestips.
Ontvang de laatste Mail & Win en leestips.
