It's a woman's world
Tjibbe Veldkamp behoeft eigenlijk geen introductie. Hij is één van de bekendste kinderboekenschrijvers van Nederland en heeft inmiddels meer dan dertig boeken gemaakt die in tien landen worden uitgegeven. Bekende boeken van zijn hand zijn bijvoorbeeld Kleine Aap’s Grote Plascircus, Agent en Boef en De Prins en de puinhoop. Binnenkort verschijnt Bert en Bart redden de wereld, het kinderboekenweekgeschenk van 2011. Voor schrijvers een hele eer om daarvoor gevraagd te worden, voor ons lezers dubbel plezier. Want het boek is tijdens de Kinderboekenweek gratis te krijgen in alle boekenwinkels bij besteding van tien euro aan kinderboeken.
Je hebt inmiddels meer dan dertig prentenboeken gemaakt. Is er een rode draad in al je werk? “Jazeker! Wel meerdere. Ik vind het heel belangrijk dat boeken toegankelijk zijn. Wat dat betreft strijd ik tegen alles wat het leesplezier in de weg zit. Zo heb ik ook sterk de indruk dat kinderen soms niet de juiste boeken voorgeschoteld krijgen.”
Kun je daar een voorbeeld van geven? “Nou, neem het verschil tussen jongens en meisjes. Zeker in de leeftijd van vier, vijf of zes jaar. Veel prentenboeken zijn gemaakt voor meisjes; lieve zachte boeken. Voor jongens zit hier veel te weinig actie in. Let maar eens op hoe jongens bijvoorbeeld met Playmobil of Lego spelen. Er is altijd actie, die niet in de buurt komt van wat ze aantreffen in een gemiddeld prentenboek. Kijk, meisjes hebben vaak een vrij brede smaak en vinden een breed spectrum aan boeken leuk. Jongens zijn daarentegen veel beperkter; er moet gewoon wel wat gebeuren anders is de aandacht zo weg.”
Maar hoe komt dat dan, worden er zo weinig prentenboeken voor jongens gemaakt? “Voor een belangrijk deel komt dat natuurlijk door de consument, want deze koopt voor jongens nogal eens de verkeerde boeken, ben ik bang. En die consumenten zijn over het algemeen de juffen, de crècheleidsters en de moeders. Vrouwen dus. En vrouwen identificeren zich sneller met boeken waarin het er wat zachtmoediger aan toe gaat. Mannen zouden eens wat meer prentenboeken moeten kopen; dan is het probleem zo opgelost!”
Ik kan me voorstellen dat je zelf ook veel hebt voorgelezen aan je kinderen, wat zijn nu jouw favoriete jongensboeken? “Bijvoorbeeld Ik kom je opeten! van Tomas Ross. Dat gaat over een ruimtemonster die dan heel hard brult: Ik kom je opeten! Of De boze, dikke kerel, ook zo’n leuk boek. Dat wil zeggen, eigenlijk is het een heel onvriendelijk boek. De hoofdpersoon geeft het eerste wat ie ziet meteen een schop. Heel verfrissend! Of: Hoe ruim je een wolf uit de weg? Ook erg leuk.” Heb je Bert en Bart redden de wereld ook geschreven voor jongens? “Natuurlijk is het ook bedoeld voor meisjes. Maar inderdaad, het is vooral bedoeld voor de jongens die niet zo graag boeken lezen. De striplezers zeg maar.”
Lezen kinderen inderdaad minder dan vroeger, hoe zie jij dit? “Het schijnt zo te zijn dat er minder wordt gelezen. En dan lezen jongens weer minder dan meisjes. Voor jongens is het met hun bewegelijkheid ook een grotere opgave om een boek te lezen. Maar ik denk dat je dus veel kan verbeteren door ze goede prentenboeken te geven. Dit kweekt ook voor later een goed gevoel over lezen.”
Je bent een gevierd schrijver. Voel je jezelf een ster? “Ik zie mezelf zeker niet als een ster. Ik word er ook niet rijk van. Een dag niet failliet is er één zeg ik altijd maar.”
Je overdrijft, je boeken worden in tien landen uitgegeven...” Nee hoor, het buitenland is natuurlijk mooi meegenomen, maar het is meer een eer dan dat het nu zoveel oplevert.”
Gebruik je je eigen kinderen als inspiratiebron? “Ja. Ik heb een jongen van elf en een meisje van negen, maar ik schreef ook al kinderboeken voordat zij er waren. Wel weet ik door mijn kinderen beter wat kinderen aankunnen en op welke leeftijd. Wat dat betreft heb ik ook grote bewondering voor auteurs als Francine Oomen en Marjon Hoffman. Zij weten precies wat meisjes willen lezen. Erg knap is dat. Of neem de Grijze Jager boeken. Ook goed gedaan! Je leeft mee met de hoofdpersoon en de boeken zijn heel toegankelijk om te lezen.”
En laat je de kinderen ook meelezen als je aan het schrijven bent? ”Mijn zoon heeft het hele manuscript van Bert en Bart gelezen. Ik kreeg het terug met allerlei op- en aanmerkingen. Bert en Bart heb ik trouwens gemaakt samen met illustrator Kees de Boer. We zitten helemaal op één lijn, alsof we in een bandje zitten. We geven dan beide commentaar op elkaars werk. Dat werkt erg goed.”
Het thema van de Kinderboekenweek is ‘helden’. Ben je zelf een held? “Nee, ik ben geen held. Ik zou ook niets heldhaftigs kunnen bedenken wat ik dan gedaan zou hebben.”
Hoeveel uur werk je gemiddeld en hoe ziet zo’n werkdag eruit? “Als de kinderen naar school gaan begin ik met werken en ik stop als ze weer thuiskomen. Valt dus eigenlijk wel mee. Ik zie het werk ook als een soort kantoorbaan. Ik heb ook niets met zaken als het wachten op inspiratie en zo. Je moet gewoon gaan zitten en schrijven. Geen excuses verzinnen. Want er is natuurlijk een heel groot complot om alle schrijvers in de wereld van het schrijven af te houden.”
Heb je nog een leuke anekdote? “Bert en Bart redden de wereld gaat over twee jongens die schietspelletjes doen. Ze doen dat onder andere met zo’n plopper om de gootsteen te ontstoppen. Moeder verbiedt dat vervolgens. In de passage die volgt heb ik iets gebruikt waar mijn zoon mee thuis kwam. Zijn juf had in haar strijd tegen de wanorde namelijk op het schoolbord geschreven: ‘LIEF DOEN!’. Dit vond mijn zoon grappig. Dit heb ik toen gebruikt voor het boek. Overigens ook alle complimenten voor Kees. Hoe hij bijvoorbeeld de moeder heeft neergezet! Briljant, ze is tegelijkertijd lief èn meedogenloos. Ook de ‘casting’ van Kees is bijzonder. Je ziet aan het character meteen wat deze persoon gaat doen in de rest van het verhaal.”

Zoeken
Nieuwsbrief
Ontvang de laatste Mail & Win en leestips.
Ontvang de laatste Mail & Win en leestips.
